De Cévennes is een bergachtig gebied in het zuiden van het Centraal Massief, op de grens van de departementen Lozère en Gard. Het Nationaal Park Cévennes, opgericht in 1970, beschermt een landschap van graniet- en schaliebergjes, diepe rivierdalen, kastanjebossen en uitgestrekte heidevlakten. Voor Nederlandse kampeerders is de Cévennes een meer avontuurlijke bestemming dan de mediterrane kust: de campings zijn kleinschalig en ingebed in de natuur, de wegen zijn smal en bochtig, en het gebied is buiten de zomermaanden rustig tot stil. De afstand vanuit Nederland bedraagt ongeveer 1.100 kilometer, wat neerkomt op een goede dagrit of een comfortabele rit met één tussenstop. Wandelaars, fietsers en kajakkers vinden in de Cévennes een regio die nog weinig vergelijkingen kent op het gebied van wildheid en authenticiteit.
De Cévennes is het land van de kastanjeboom, de droge stenen muurtjes (terrasses) en de protestantse geschiedenis — een regio die eeuwenlang arm en afgelegen was en daardoor nauwelijks bebouwd is geraakt. Rivieren als de Tarn, de Hérault en de Gardon hebben diepe kloven in het plateau gesneden. De dorpen zijn klein en behouden een landelijke stilte; Florac, Alès en Saint-Jean-du-Gard zijn de voornaamste centra. De Mont Aigoual op 1.567 meter vormt het hoogste punt van de streek en geldt bij helder weer als uitkijkpunt naar zowel de Middellandse Zee als de Alpen.
Beste reistijd
Mei, juni en september zijn de beste maanden: de warmte is draaglijk, de rivieren voeren voldoende water voor zwemmen en kajak, en de campings zijn niet overvol. Juli en augustus zijn drukker maar de Cévennes trekt ook dan geen massatoerisme zoals de Côte d'Azur. Houd rekening met plotselinge zware regenbuien (cévenoles) in het najaar, die de rivierniveaus snel kunnen doen stijgen; camping aan een rivieroever vraagt daardoor om waakzaamheid bij onweersverwachting.
Hoogtepunten
Stevenson-pad (GR70) — Het GR70, ook wel het Chemin de Stevenson, volgt de route die schrijver Robert Louis Stevenson in 1878 te voet aflegde van Le Puy-en-Velay naar Saint-Jean-du-Gard. De officiële GR70 is circa 225 kilometer lang (Le Monastier-sur-Gazeille tot Saint-Jean-du-Gard; wie in Le Puy-en-Velay start telt circa 275 km) en doorkruist het hart van het Nationaal Park Cévennes via kastanjebossen, verlaten plateaus en kleine dorpen. Meerdaagse wandelaars kunnen etappegewijs kamperen; dagwandelaars kiezen een sectie en combineren die met een verblijf op een nabijgelegen camping.
Mont Aigoual — De Mont Aigoual (1.567 m) is de hoogste top van de Cévennes en wordt gekroond door een meteorologisch observatorium dat al meer dan een eeuw in gebruik is. Bij helder weer is het uitzicht reikhalzend: zowel de Middellandse Zee als de toppen van de Alpen zijn dan zichtbaar. Het observatorium is opengesteld voor bezoekers en toont de geschiedenis van de weerkunde in de regio.
Kastanjebossen en terrasses — De Cévennes is van oudsher het land van de kastanjeboom, die eeuwenlang als voedselgewas diende voor de arme bevolking. De eeuwenoude terrassen (restanques) in de berghellingen, aangelegd om te keren te landbouw te bedrijven op het steile terrein, zijn nog altijd een opvallend kenmerk van het landschap. In de herfst kleuren de bossen intens goud en kastanjebruin; kastanjefestivals worden dan in diverse dorpen gehouden.
Rivieren en kloven — De rivieren Tarn, Hérault en Gardon hebben spectaculaire kloven gesneden in het kalksteenplateau van de Causses, direct grenzend aan de Cévennes. Zwemmen in de heldere bergrivieren is in de zomer een dagelijkse bezigheid voor kampeerders; kayak- en canoëverhuur is beschikbaar vanuit verschillende dorpen langs de Tarn en de Gardon. De Gorges du Gardon en de Gorges de l'Hérault zijn ook per auto goed te verkennen.
Slecht weer? Dit kun je doen
Observatorium Mont Aigoual: het bezoekersdeel van het werkende weerstation is overdekt en biedt een fascinerende blik op de geschiedenis van de meteorologie in de regio.
Musée du Désert bij Mialet: het museum vertelt de geschiedenis van de Hugenoten en de Camisards in de Cévennes, gevestigd in het historische huis van de protestantse leider Pierre Laporte.
Bambouseraie de Prafrance bij Anduze: een uitgestrekt bamboebos en botanische tuin die ook bij bewolkt weer een bijzondere sfeer ademt — de hoge bamboestengels vormen een groene tunnel.
Markt in Florac of Saint-Jean-du-Gard: de plaatselijke weekmarkten zijn kleinschalig en authentiek, met lokale kazen, kastanjeprodukten en ambachtelijk brood van de regio.
In en rondom Cévennes staan 41 campings in ons overzicht, gesorteerd op afstand. Je bekijkt ze hierboven of allemaal op de kaart.
Kun je in Cévennes met een tent, caravan of camper terecht?
Ja. Het aanbod in Cévennes loopt uiteen van kleinschalige natuurcampings tot grotere familieparken, geschikt voor tent, caravan en camper. Bekijk per camping de faciliteiten en de ervaringen van kampeerders.