Naslag

Kampeerbegrippen van A tot Z

55 termen helder uitgelegd — van trekgewicht en rijbewijs BE tot waterkolom, CEE-stekker en glamping. Alle cijfers en wettelijke regels zijn gecontroleerd tegen de bron.

Rijbewijs & gewicht

Code 96 ook: B96, Rijbewijs B met code 96

Code 96 is een rijbewijsaantekening die je na een praktijktraining kunt toevoegen aan je rijbewijs B. Hiermee mag je een combinatie rijden waarbij auto en aanhanger samen maximaal 4.250 kg MTM hebben. Dat opent de deur voor zwaardere caravans die met alleen rijbewijs B niet zijn toegestaan. Code 96 is gekoppeld aan rijbewijs B: zolang je B geldig is, is code 96 dat ook. Bron: rijksoverheid.nl, ANWB.

Kogeldruk ook: Steunlast, Koppelingsdruk

Kogeldruk is het gewicht dat de dissel van de caravan of aanhanger uitoefent op de trekhaakbal van de auto. Een te lage kogeldruk maakt de combinatie instabiel; een te hoge kogeldruk belast de trekhaak en de achteras van de auto te zwaar. Als richtlijn geldt een minimum van 4% van het beladen gewicht van de aanhanger. De maximale kogeldruk wordt begrensd door de auto (zie instructieboekje), de trekhaak (S-waarde op het typeplaatje) en de caravan zelf. Bron: ANWB, caravantrekker.nl.

Laadvermogen ook: Nuttige lading

Het laadvermogen is het verschil tussen de MTM (maximale toegestane massa) en het rijklaargewicht van de caravan of camper. Met dit getal weet je hoeveel kilogram je aan personen, bagage, water en voedsel kunt meenemen zonder de wettelijke gewichtsgrens te overschrijden. Overschrijding is gevaarlijk en kan problemen geven bij een controle of schadegeval.

MMT — Massa in rijklare toestand ook: Rijklaargewicht auto

De MMT (Massa in rijklare toestand) is het gewicht van de auto inclusief alle vloeistoffen, een volle tank, standaarduitrusting en een bestuurder van 75 kg. Passagiers, bagage en extra accessoires tellen niet mee. De MMT is bepalend voor de verhouding caravan/auto: als vuistregel mag de beladen caravan niet zwaarder zijn dan de MMT van de trekauto. Dit getal staat op het kentekenbewijs (rubriek G).

MTM — Maximaal Toegestane Massa ook: GVW, Gross Vehicle Weight, Toegestane maximum massa

De MTM (ook wel GVW, Gross Vehicle Weight) is het hoogste gewicht waarmee een voertuig of aanhanger de weg op mag. Het staat op het kentekenbewijs (rubriek F2 voor de auto, F2 voor de aanhanger). Het verschil tussen de MTM en het rijklaargewicht is het laadvermogen: hoeveel je maximaal mag inladen. Voor rijbewijsregels is de MTM van de aanhanger het maatgevende getal.

Rijbewijs B ook: Gewoon rijbewijs

Met een gewoon rijbewijs B mag je een aanhanger of caravan trekken zolang het totale samenstel (auto + aanhanger samen, op basis van de MTM-waarden) niet zwaarder is dan 3.500 kg. Weegt de aanhanger maximaal 750 kg MTM, dan telt het samenstelgewicht niet; je mag altijd tot 750 kg MTM trekken. Wil je zwaarder, dan heb je code 96 of rijbewijs BE nodig. Bron: rijksoverheid.nl.

Rijbewijs BE ook: Aanhangwagenbewijs

Met rijbewijs BE mag je een aanhanger trekken met een MTM tot 3.500 kg. Dat is meer dan code 96 toestaat qua aanhangergewicht afzonderlijk, al gelden er ook hier grenzen aan het samenstelgewicht. Je haalt rijbewijs BE via een apart examen bij het CBR. Het rijbewijs is verplicht als de combinatie zwaarder is dan wat code 96 toelaat en de aanhanger zelf meer dan de code-96-grens weegt. Bron: rijksoverheid.nl.

Rijklaargewicht ook: MIRO, Leeggewicht

Het rijklaargewicht van een caravan of camper is het gewicht af-fabriek, inclusief vaste uitrusting maar zonder bagage, voedsel, water of personen. Het verschil tussen het rijklaargewicht en de MTM geeft aan hoeveel je maximaal mag inladen. Let op: fabrikanten hanteren soms het begrip MIRO (Massa in rijklare toestand object) als alternatief.

Treingewicht ook: Maximum massa samenstel, Samenstelgewicht

Het treingewicht (ook wel maximum massa samenstel) is de optelsom van de MTM van de trekauto en de MTM van de aanhanger. Dit getal is bepalend voor welk rijbewijs je nodig hebt. Met rijbewijs B mag je treingewicht niet meer dan 3.500 kg bedragen; met code 96 is dat 4.250 kg; met rijbewijs BE gelden ruimere grenzen afhankelijk van het aanhangergewicht. Bron: rijksoverheid.nl.

Trekgewicht ook: Maximum trekgewicht, Trekvermogen

Het trekgewicht is het hoogste gewicht dat jouw trekauto mag optrekken, zoals opgegeven door de autofabrikant. Dit getal staat op het kentekenbewijs (deel 1B, rubriek F3) en in het instructieboekje. Er zijn twee varianten: het geremd trekgewicht (aanhanger met eigen remmen) en het ongeremd trekgewicht (zonder remmen). Het geremd trekgewicht is bijna altijd hoger. Je mag het laagste van deze getallen nooit overschrijden, ook al weegt de beladen caravan minder dan de MTM.

Caravan & camper

Antislingerkoppeling ook: AKS, Slingerstabilisator, Stabilisator

Een antislingerkoppeling (ook wel AKS of slingerstabilisator) is een koppelingssysteem dat gevaarlijk slingeren van de caravan tijdens het rijden tegengaat. Slingeren ontstaat door rijwind, plotselinge uitwijkmanoeuvres of een ongunstige gewichtsverdeling. De koppeling dempt deze beweging mechanisch. Populaire merken zijn AL-KO (AKS) en Winterhoff (WS). Sommige moderne auto's bieden al elektronische slingeronderdrukking via het ESP-systeem.

Boiler / Truma ook: Warm-waterboiler, Truma boiler

Een boiler of warm-waterboiler warmt water op voor de douche en het keukengebruik. In caravans en campers wordt dit apparaat aangedreven op gas, 230V-netstroom of een combinatie van beide. Truma is het meest bekende merk in camperkringen. Kleine boilers hebben een inhoud van 10 tot 14 liter; grotere modellen tot circa 30 liter. Vergeet niet de boiler te ontluchten en leeg te laten lopen bij vriesgevaar.

Buffertank ook: Watertank, Verswatertank, Grijswatertank, Zwartewatertank

In een caravan of camper zijn doorgaans meerdere watertanks aanwezig. De verswatertank slaat drinkbaar water op. De grijswatertank vangt afvalwater op van het aanrecht en de douche. Een zwartewatertank (in volwaardige campers) verzamelt het toiletwater. De inhoud loopt uiteen van tientallen liters voor kleine caravans tot meer dan 200 liter voor grote campers. Laat tanks nooit bevriezen; permanente schade is het gevolg.

Disselslot ook: Koppelingslot

Een disselslot is een anti-diefstalmaatregel die over de koppeling van de caravan wordt geplaatst zodat de aanhanger niet zomaar kan worden weggereden. Veel verzekeringsmaatschappijen stellen een goedgekeurd disselslot verplicht voor caravandekking. Er bestaan vaste en afneembare modellen; kies bij voorkeur een slot met SKG-keurmerk of vergelijkbare certificering.

Mover ook: Caravan mover, Elektrische mover

Een mover is een elektromotorunit die op de assen van de caravan wordt gemonteerd. Via een afstandsbediening kun je de caravan centimeter voor centimeter rijden en draaien zonder dat de auto eraan te pas komt. Dit maakt het inrijden op smalle standplaatsen of in stalling aanzienlijk eenvoudiger. Een mover loopt op de eigen accu van de caravan; reken op extra energieverbruik.

Omvormer ook: Inverter, 12V-omvormer

Een omvormer (inverter) zet de gelijkstroom van de accu (12V) om naar de 230V wisselstroom die huishoudelijke apparaten nodig hebben. Zo kun je ook zonder aansluiting op het elektriciteitsnet van de camping 230V-apparatuur gebruiken. Omvormers zijn er in vermogensklassen van 150W tot meer dan 3.000W. Een zuivere sinusomvormer is aan te raden voor gevoelige elektronica; een gemodificeerde sinus volstaat voor eenvoudigere toepassingen.

Oplooprem ook: Oprijrem, Oploop reminstallatie

De oplooprem is een remsysteem dat op de dissel zit. Zodra de trekauto afremt, "loopt" de caravan op de auto op; deze beweging activeert via een mechanisme de remmen van de caravan. Een oplooprem is wettelijk verplicht voor aanhangers met een MTM boven 750 kg in Nederland. Bij caravans met een MTM boven 3.500 kg zijn aparte luchtremmen of hydraulische remmen vereist.

Toilet-cassette ook: Chemisch toilet cassette, Thetford cassette

De toilet-cassette is de afsluitbare opslagtank die onder het chemische toilet zit. Na gebruik trek je de cassette van buitenaf uit de caravan om hem te legen bij een stortplaats. Bekende fabrikant is Thetford. De inhoud varieert van circa 15 tot 21 liter, goed voor meerdere dagen gebruik. Gebruik altijd de juiste vloeistof om geuren te binden en de rubberen afdichtingen te ontzien.

Voortent / Bijzettent / Luifel ook: Aanbouwtent, Bijzettent, Airtent voortent

Een voortent (ook aangeduid als aanbouwtent of bijzettent) is een opvouwbaar tentgedeelte dat via een rail of opblaasbaar profiel aan de caravan wordt gekoppeld. Het vergroot de leefruimte aanzienlijk en biedt beschutting tegen regen en zon. Een luifel is compacter: dat is een uitklapbaar zonnescherm zonder zijwanden. Voortenten zijn verkrijgbaar in traditioneel tentdoek en als opblaasbare uitvoering (air tent).

Waterpas zetten ook: Nivelleren

Waterpas zetten betekent dat je de caravan of camper zo opstelt dat hij in alle richtingen horizontaal staat. Dit is belangrijk voor het goed functioneren van de koelkast (met name absorptiekoelkasten), de waterafvoer, het comfort in bed en de gasinstallatie. Je gebruikt hiervoor een waterpas-app of een mechanisch bubbeltjesniveau. Hoogteverschillen worden gecompenseerd met kunststof oprijblokken of stelvoeten.

Tent & materiaal

Denier ook: D (denier)

Denier (afgekort D) is de maateenheid voor de fijnheid van een garen: het geeft het gewicht in gram aan van 9.000 meter draad. Een hogere denierwaarde betekent dikkere, stevigere vezels. Tentdoek voor de vloer heeft typisch een hogere denierwaarde (150D–600D) dan het lichter buitendoek (68D–190D). Meer denier = meer slijtvastheid, maar ook meer gewicht.

Grondzeil ook: Tentvloer, Footprint

Een grondzeil vormt de waterdichte bodem van de tent. Er zijn twee vormen: een aangebracht grondzeil (vast deel van de tent) en een los grondzeil dat je er apart onder legt. Een los grondzeil beschermt de tentbodem tegen slijtage. Hoe hoger de waterkolom van het grondzeil (minimaal 3.000 mm aanbevolen), hoe droger je blijft bij regen of op vochtige bodem. Een kuipbodem is een variant waarbij het grondzeil oplopend in de zijwand overgaat voor extra bescherming.

Haring / Grondpen ook: Grondpen, Tentpen

Haringen (ook grondpennen of tentpennen) zijn pennen van staal, aluminium of kunststof die je in de bodem slaat om de tent en scheerlijnen te verankeren. De vorm bepaalt de grip: V-haringen en Y-haringen houden beter in zachte grond; ronde pennen zijn geschikt voor harde grond; schroefharingen werken goed in zand. Meenemen: altijd één haring per tentpunt reserveexemplaar meenemen.

Koepeltent ook: Dome tent, Geodetische tent

Een koepeltent (geodetische tent of dome tent) heeft stangen die elkaar kruisen en zo een zelfstandige koepelstructuur vormen. Daardoor staat de tent ook zonder scheerlijnen rechtop en is hij van nature windvaster dan een tunneltent. Koepeltenten zijn compacter en lichter dan tunneltenten van vergelijkbare grootte, maar bieden minder leefruimte per kilogram gewicht.

Kuipbodem ook: Bathtub floor

Een kuipbodem is een constructie waarbij het waterdichte grondzeil niet stopt op de vloer maar een stuk omhoog loopt langs de binnenwand, vergelijkbaar met de bodem van een boot. Dit voorkomt dat regenwater dat langs de wand naar binnen druipt de slaapplek bereikt. Kuipbodems zijn standaard bij hoogwaardige trekkingstenten en steeds vaker ook bij campingtenten in het middensegment.

Nokhoogte ook: Stahoogte, Hoogte tent

De nokhoogte is de hoogte van het hoogste punt van de tent, gemeten vanaf de grond. Hoe hoger de nokhoogte, hoe rechtopstaander je kunt bewegen. Voor comfortabel staand verblijf is een nokhoogte van minimaal 190 cm gewenst. Let op: bij tunneltenten is de nokhoogte op het midden het hoogst; bij de zij-ingangen is het lager. Bij koepeltenten is de hoogte meer gelijkmatig verdeeld.

Opblaasbare tent ook: Air tent, Inflatable tent, Luchtboogent

Een opblaasbare tent (air tent, inflatable tent) heeft buizen van lucht in plaats van traditionele stangen. Met een pomp of compressor blaas je de constructie in enkele minuten op. Het grote voordeel is de opbouwsnelheid; nadeel is dat een lek direct gevolgen heeft voor de stabiliteit. Goede opblaastenten hebben compartimenten zodat één lek niet de hele constructie plat legt. Populair als voortent en als campingfamilietent.

Polykatoen / Technisch katoen ook: Polycotton, TC-doek

Polykatoen (ook wel polycotton of technisch katoen) is een mengweefsel van polyester en katoen, doorgaans in een verhouding van 65/35 of 50/50. Het ademt beter dan puur synthetisch doek, wat condensvorming binnenin de tent vermindert. Polykatoen voelt warmer aan en is minder gevoelig voor UV-afbraak dan polyester, maar weegt meer en droogt langzamer. Veel gebruikt voor tunneltenten, voortenten en caravanloodsen.

Scheerlijn ook: Spanlijn, Tentkoord

Scheerlijnen zijn koorden of strikken die van de buitenwand of het tentdak naar haringen in de grond lopen. Ze spannen de tent strak, verbeteren de windvastheid en voorkomen dat vlakken slap gaan hangen en meer water vasthouden. Bij storm is goed gespannen scheerlijnen de eerste verdedigingslinie. Houd scheerlijnen zichtbaar met reflecterende markering om struikelen te voorkomen.

Tunneltent ook: Tunnel tent

Een tunneltent heeft één of meerdere parallel gebogen stangen die de tent de vorm van een tunnel geven. Tunneltenten bieden veel leefruimte in verhouding tot hun gewicht en zijn populair voor gezinnen. Ze moeten met scheerlijnen worden vastgezet voor stabiliteit bij wind, want zonder spanning zijn ze minder stevig dan koepeltenten. Ze zijn er in varianten van twee- tot meerpersoons en met afzonderlijke slaap- en leefgedeelten.

Waterkolom ook: Hydrostatic head, HH

De waterkolom geeft aan hoeveel millimeter waterdruk een stof kan weerstaan voordat het begint door te laten. Hoe hoger het getal, hoe waterdichter het materiaal. Volgens de Europese DIN-norm geldt een stof als waterdicht bij 1.500 mm waterkolom. Voor de buitenwand van een caravan- of kampeervoortent is 2.000 mm een gangbare ondergrens; voor de vloer wordt minimaal 3.000 mm aanbevolen. Goede trekkingstenten hebben een buitenwand van 3.000 mm of meer. Bron: Obelink.nl, kampeerwereld.nl.

Stroom & gas

Ampère / 16A ook: Stroomsterkte camping

Ampère (A) is de eenheid voor elektrische stroomsterkte. Op campings is 6A of 10A de minimumlevering; 16A is de Europese standaard voor comfortplaatsen. Het maximale vermogen bereken je door ampère te vermenigvuldigen met spanning: 16A x 230V = 3.680W. Zet je meer apparaten tegelijk aan, dan slaat de aardlekschakelaar uit. Controleer voor vertrek welke aansluiting je standplaats biedt; in zuidelijk Europa zijn 4A- en 6A-aansluitingen nog gangbaar.

CEE-stekker ook: Campingstekker, Blauwe stekker

De CEE-stekker (ook campingstekker) is een spatwaterdichte industriestekker die voldoet aan de IEC 60309-norm. Op campings wordt vrijwel altijd de blauwe 3-polige uitvoering gebruikt: 230V wisselstroom, maximaal 16A. Met dit vermogen kun je gelijktijdig tot circa 3.680 watt gebruiken (16A x 230V). De stekker is buitengebruik-bestendig dankzij zijn IP44-beschermingsklasse. Een verloopkabel van CEE naar schuko is handig als je apparaten een gewone huishoudstekker hebben. Bron: IEC 60309, outdoornow.nl.

Gasdrukregelaar ook: Drukregelaar, Gasregelaar

De gasdrukregelaar zit tussen de gasfles en de gasslang en verlaagt de druk vanuit de fles (tot 15 bar) naar de werkdruk die camperapparatuur nodig heeft. De meeste caravans en campingkookstellen werken op 30 mbar. Er zijn ook modellen ingesteld op 50 mbar voor specifieke branders. Vervang de drukregelaar als hij beschadigd is, als de afdichtingsring verdroogd is, of na de op het apparaat vermelde maximale gebruiksduur. Bron: obelink.nl.

Gasflesgrootte ook: Gasfles inhoud, Campinggas fles

Campingflessen zijn er in gangbare maten van 3 kg, 5 kg, 11 kg en 27 kg (vulgewicht). Een kleine 5 kg fles is makkelijk te hanteren en past in veel caravankasten; een 11 kg fles gaat langer mee maar is zwaarder. Het verbruik hangt af van het gebruik: een campingkooktoestel gebruikt circa 100-150 gram gas per uur op volle kracht. Kies de flesgrootte die past bij je gasruimte en je vakantieduur.

Gasslang / Keuring ook: Gasslang, G607 keuring

De gasslang verbindt de gasfles via de drukregelaar met de campingapparatuur. Rubber gasslangen voor LPG hebben een beperkte levensduur; vervang ze bij zichtbare veroudering (scheurtjes, ontkleuring) of na de op de slang vermelde maximale gebruiksperiode — doorgaans vijf jaar. In Nederland is een periodieke keuring van de gasinstallatie in caravans en campers niet wettelijk verplicht, maar op sommige buitenlandse campings (met name in Duitsland) kan een G607-keuringssticker worden gevraagd. Bron: camperpunt.nl, campingtrend.nl.

Powerstation / Accu ook: Draagbare energiecentrale, LiFePO4 accu, Powerbank camping

Een powerstation (ook draagbare energiecentrale of LiFePO4-accu) is een grote oplaadbare batterij met ingebouwde omvormer, USB-aansluitingen en vaak ook 12V-aansluitingen. Ze zijn er in capaciteiten van 100 Wh tot meer dan 3.000 Wh. Kleinere modellen zijn geschikt voor het opladen van telefoons en laptops; grote modellen kunnen koelboxen, lampen en zelfs een inductiekookplaat voeden. Combineer met zonnepanelen voor een zelfvoorzienende opstelling.

Propaan vs. butaan ook: LPG, Campinggas

Propaan en butaan zijn beide vloeibare petroleumgassen (LPG) die in kampeerflessen worden gebruikt. Het belangrijkste verschil zit in het kookpunt: butaan verdampt bij circa 0 °C en presteert slecht bij vriestemperaturen. Propaan verdampt bij circa -44 °C en is daarmee geschikt voor alle seizoenen. Gebruik je een gasfles buiten bij vriesgevaar, kies dan altijd propaan. Zomers campeergas bevat dikwijls een mix van beide; wintergas bestaat vrijwel geheel uit propaan. Bron: antargaz.nl, acsifreelife.nl.

Zonnepaneel ook: Solarpaneel, Zonnecollector DC

Een zonnepaneel zet zonlicht om in gelijkstroom (DC) die via een laadregelaar in de accu van de camper, caravan of een powerstation wordt opgeslagen. Vermogen varieert van 20W voor kleine behoeften tot 400W of meer voor fulltime-kampeerders. Bij campervans worden semi-flexibele panelen gebruikt die op het dak worden geplakt; bij caravans zijn afneembare vouwpanelen populair. Houd rekening met schaduw: één beschaduwd cel kan het hele paneel sterk in vermogen beperken.

Camping & terrein

Boerencamping / Kamperen bij de boer ook: Minicamping, Kampeer bij de boer

Kamperen bij de boer is een kleinschalige campingvorm waarbij een agrarisch bedrijf een deel van zijn grond openstelt voor kampeerders. De sfeer is doorgaans rustig en landelijk, met directe ervaring van het boerenlandschap. In Nederland mogen boerenbedrijven in het buitengebied tot maximaal 25 kampeermiddelen tegelijk toelaten onder de kleinschalig-kampeerenregels. Exacte aantallen en seizoensgrenzen zijn per gemeente vastgelegd; vraag altijd naar de plaatselijke vergunning. Bron: overheid.nl, minicamping-gids.nl.

Bekijk alle minicampings & kleine campings

Comfortplaats ook: Comfort pitch, Luxeplaats

Een comfortplaats is een extra uitgeruste standplaats met minimaal een elektrische aansluiting (doorgaans 16A via CEE-stekker) en vaak ook een eigen wateraansluiting en/of riolering. Sommige campings rekenen ook parkeermogelijkheid direct bij de plek en een grotere oppervlakte (100 m² of meer) tot het comfort. De prijs is hoger dan voor een standaardplaats maar biedt meer gemak, met name voor caravans en campers.

Glamping ook: Glamourkamperen, Luxe kamperen

Glamping (een samentrekking van "glamorous camping") is het verblijven in bijzondere, al ingerichte kampeeraccommodaties: denk aan safaritenten, yurts, tipis, boomhutten, wijnvaten of tiny houses op een camping. De gasten hoeven niets mee te nemen; alles staat klaar. Glamping is populair bij mensen die de natuur willen beleven zonder kampeeruitrusting aan te schaffen.

Mini-camping ook: Kleinschalig kampeerterrein

De term mini-camping wordt gebruikt voor kleine kampeerterreinen met een beperkt aantal plaatsen. In gemeentelijke beleidsregels en de voormalige Wet op de Openluchtrecreatie gold als grens vaak 25 kampeermiddelen voor de kleinschalige categorie. De precieze definitie en het maximum aantal plaatsen kunnen echter per gemeente en bestemmingsplan verschillen. Een mini-camping kan zowel aan een boerenbedrijf zijn gekoppeld als een zelfstandig bedrijf zijn. Controleer altijd de lokale regelgeving. Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl.

Naturistencamping ook: Nudistencamping, FKK-camping

Een naturistencamping (nudistencamping) is een terrein waar gasten naakt verblijven, zowel op de standplaats als in gemeenschappelijke ruimtes. Het naturisme is gebaseerd op respect voor het menselijk lichaam en de natuur. Bezoekers zijn doorgaans lid van een naturismevereniging of accepteren de gedragsregels van de camping. Nederland heeft diverse erkende naturistenterreinen, aangesloten bij de Nederlandse Naturisten Federatie (NNF).

Seizoensplaats ook: Vaste standplaats, Seizoensabonnement

Op een seizoensplaats sta je van voorjaar tot najaar op dezelfde plek, zonder dat je elke keer opnieuw hoeft op te bouwen. Je huurt de plek voor een heel seizoen (doorgaans april tot oktober) en kunt zelf bepalen wanneer je gaat en staat. Populair bij mensen die een vaste uitvalsbasis willen. De caravan of voortent mag dan de hele periode blijven staan; controleer altijd de campingregels over afwezigheidsperioden.

Slagboom / Borg ook: Slagboom, Borgsom pasje

De slagboom is de afsluitbare toegangsboom bij de in- en uitgang van de camping. Gasten krijgen doorgaans een pasje of pincode om de slagboom te bedienen. Een borg is een waarborgsom die je betaalt als zekerheid voor het pasje of eventuele schade; je krijgt dit bedrag bij vertrek terug als alles in orde is.

Standplaats / Kampeerplaats ook: Kampeerplaats, Pitch

Een standplaats (ook kampeerplaats of pitch) is de individuele, doorgaans genummerde plek op de camping waar je jouw tent, caravan of camper opstelt. De grootte varieert van circa 60 m² voor een basisplek tot meer dan 120 m² voor een comfortplaats. Standplaatsen kunnen worden uitgerust met elektriciteitsaansluiting, wateraansluiting en rioolverlies. Bij sommige campings zijn de plaatsen open in een veld; bij andere zijn ze omheind of omgeven door heggen.

Stortplaats / Loosplaats ook: Chemisch toilet stortpunt, Loosplaats, Vuilwaterput

Een stortplaats (of loosplaats) is een speciale voorziening op de camping waar je de cassette van het chemische toilet leegt en waar je het afvalwater kwijt kunt. Er is doorgaans een spoelaansluiting beschikbaar om de cassette door te spoelen. Op grotere campings zijn ook vuilwatertappunten (voor grijswater) en mast-aansluitingen beschikbaar. Gebruik nooit gewone toiletgroepen voor dit doel.

Trekkershut ook: Minichaletje, Hikers cabin

Een trekkershut is een kleine, sobere houten of prefab-hut op een camping, bedoeld voor wandelaars, fietsers of kampeerders zonder eigen kampeermiddel. Er staan doorgaans een of twee stapelbedden in, maar slaapgerei (slaapzak of beddengoed) neem je zelf mee. Er zijn geen eigen sanitaire voorzieningen; die deel je met andere gasten. Trekkershutten bieden een goedkoop alternatief voor tent of caravan.

Algemeen

Kampeerkaart (ACSI / CampingCard) ook: ACSI, CampingCard, ANWB Campingcard

De ACSI CampingCard is een kortingskaart waarmee je op deelnemende campings in heel Europa buiten het hoogseizoen kunt kamperen voor een vaste lage prijs per nacht. De kaart is gebonden aan één vaste pitch-tariefklasse; extra personen, huisdieren of stroom worden doorgaans apart in rekening gebracht. De kaart is jaarlijks geldig. Vergelijkbare kaarten zijn de ANWB Campingcard en de Camping Key Europe (CKE), die ook als identiteitsbewijs op de camping kan dienen.

Pioniersplek / Vrij kamperen ook: Paalkamperen, Primitieve kampeerplaats

Een pioniersplek is een officieel aangewezen, onbeheerde kampeerplaats in een bos of natuurgebied, herkenbaar aan een houten paaltje. Paalkamperen is de legale variant van "wild" kamperen in de natuur in Nederland: je plaatst je tent binnen 10 meter van het paal, er mogen maximaal drie tenten tegelijk staan en je verblijft er maximaal 72 uur achter elkaar. Pioniers- en paalkampeerplaatsen worden beheerd door Staatsbosbeheer, Naturmonumenten of provinciale landschappen. Bron: staatsbosbeheer.nl.

Stacaravan ook: Chalet, Vaste caravan

Een stacaravan is een grotere, niet-rijdende woonunit die permanent op een standplaats staat. Ze worden niet meer verplaatst als onderdeel van een vakantie maar dienen als vaste vakantieverblijf of als woning op een recreatiepark. Stacaravans zijn groter dan toeristische caravans en voorzien van alle comfort. Ze mogen niet zomaar op de openbare weg worden gebruikt en zijn wettelijk anders geclassificeerd dan rijdende caravans.

Vignet (buitenland) ook: Tolvignet, Snelwegvignet

In diverse Europese landen moet je een vignet (tolvignet) aanschaffen voor het gebruik van snelwegen. Voorbeelden zijn Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. Een vignet is verkrijgbaar voor 10 dagen, twee maanden of een jaar. Rij je met caravan of aanhanger, dan is soms een apart vignet voor de aanhanger verplicht. Controleer voor vertrek altijd de actuele vigneteisen per land via de ANWB of officiële overheidswebsites; tarieven en geldigheidsgebieden veranderen jaarlijks.

Vouwwagen ook: Folding caravan, Klap-tent, Opvouwcaravan

Een vouwwagen (folding caravan of folding camper) is een caravan waarvan de zijwanden en het dakdeel opklappen voor gebruik. Tijdens het trekken is de vouwwagen laag en compact, wat de windweerstand en daarmee het brandstofverbruik beperkt. Eenmaal opgeklapt biedt hij een flinke leefruimte met slaapgedeelten aan de uitklappende zijkanten. Vouwwagens zijn populair als instapkeuze en bij mensen met een kleinere trekauto.

Wildkamperen in Nederland ook: Wild kamperen NL, Free camping Nederland

Wildkamperen — overnachten in de natuur buiten aangewezen kampeerterreinen of pioniersplekken — is in Nederland in principe verboden. Het verbod is verankerd in de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en in de regels van eigenaren van natuur- en bosgebieden. Overtreders riskeren een boete. Er zijn legale alternatieven: aangewezen pioniersplekken (paalkamperen), natuurkampeerterreinen en kamperen op privégrond met toestemming van de eigenaar. Bron: wildkamperenmetpedro.nl, APV.