Het begon in 1951 met een ongebruikelijke opdracht. Een Britse officier gestationeerd in West-Duitsland wilde een VW-bestelbusje omgebouwd tot rijdend slaap- en werkkantoor. Westfalia-Werke, een bedrijf dat al sinds 1844 begon als smederij in Wiedenbrück en inmiddels auto-aanhangwagens maakte, nam de klus aan. Het resultaat — een uitneembaar houten meubelpakket dat 'Camping Box' heette — sloeg zo aan dat VW en Westfalia al snel een formeel samenwerkingsverband sloten.
De SO-modellen: elk detail doordacht
Vanaf augustus 1958 kregen de ombouwversies een officiële code: SO, van het Duitse Sonderausführung (speciale uitvoering). De bekendste zijn de SO-42 en SO-44: een volledig ingerichte kampeerbus, al dan niet met het iconische opklapbare dakje dat Westfalia in 1964 introduceerde. Dat hefdak was een openbaring — ineens kon je rechtop staan in de bus. De inrichting was modulair: bankje overdag, bed 's nachts, een keukentje met gasstelletje, kasten en een tafel. Alles slim op maat gemaakt voor de bescheiden ruimte van een T1 of T2.
Vier decennia kampeergeschiedenis
Van 1951 tot en met de vroege jaren negentig bouwde Westfalia officiële VW-kampeerversies — eerst voor de T1, dan de T2, en later de T3 (Vanagon/Caravelle). In totaal werden er tot 1958 zo'n 1.000 Camping Boxes gebouwd; daarna liepen de aantallen sterk op. De SO-modellen werden door VW-dealers verkocht met de volledige VW-garantie, wat ze uniek maakte ten opzichte van de talloze andere ombouwbedrijfjes die ook VW-bussen van kampeermeubels voorzagen.
Waarom Westfalia nog steeds de maatstaf is
Een originele Westfalia-inbouw verhoogt de waarde van een klassieke VW-bus aanzienlijk. Verzamelaars betalen premies voor het complete, ongerestaureerde interieur: het gele of groene formica blad, de geruite bekleding, de kleine spoelbak. Het is een tijdcapsule van naoorlogse Europese kampeeresthetiek — doordacht, compact en verrassend comfortabel.


