Erwin Hymer begon niet bij nul. Zijn vader Alfons had in 1923 een metaalwerkplaats opgericht in Bad Waldsee, en in 1961 bouwde het bedrijf zijn eerste kampeervoertuig: de 'Caravano', een caravan op wielen. Maar Erwin wilde verder. Hij zag dat kampeerders meer comfort wilden — een hoog dak, een ruime slaapkamer, een echte douche — en dat dat alleen kon als je de cabine en de woonruimte volledig integreerde in één zelfgedragen koetswerk.
Het Caravan Salon van 1971
Op de Caravan Salon in 1971 onthulde Erwin Hymer de eerste Hymermobil. Het voertuig was gebouwd op het chassis van de Mercedes-Benz L 508 D en mat bijna acht meter. De buitenwanden bestonden uit aluminium sandwichpanelen — licht, sterk en goed isolerendend. Binnenin wachtte een volwaardige keuken, een zithoek, een aparte slaapruimte en een toilet. Niets was ingeklapt of weggescoven: je stapte letterlijk een rijdend huis binnen.
Een naam die een categorie werd
Het succes was zo groot dat 'Hymermobil' in het Duits al snel synoniem werd voor de hele categorie integraalcampers — vergelijkbaar met hoe 'Jacuzzi' een merknaam is die voor een heel producttype gebruikt wordt. Hymer groeide uit tot een van de grootste camperfabrikanten van Europa, met een fabriek die in 2004 zijn 100.000e camper van de band liet rollen. In 2019 nam Thor Industries het bedrijf over, maar de fabriek in Bad Waldsee draait nog steeds.
Waarom de Hymermobil een klassieker is
De vroege Hymermobils zijn tegenwoordig geliefde oldtimers op kampeerterreinen en camping-rallies. Ze ogen onmiskenbaar als product van hun tijd — met dat kenmerkende aluminium glanzende exterieur en de bruine tinten van de jaren zeventig — maar technisch zijn ze verrassend solide. Wie een goed onderhouden exemplaar vindt, heeft een stuk campergeschiedenis in handen: het voertuig dat het moderne kamperen uitvond.


