Een man die zijn gezin niet wilde missen
Arist Dethleffs was onderdirecteur bij de skistok- en zweepfabriek van zijn vader in Isny im Allgäu. Zijn werk bracht hem regelmatig voor langere perioden de weg op, en het scheidde hem steeds van zijn vrouw Fridel Edelmann en hun kinderen. "Zonder mijn gezin ga ik niet" was zijn devies. In 1931 besloot hij daar iets aan te doen.
In een kleine garage op het bedrijfsterrein timmmerde hij een houten rijdende woonruimte in elkaar: de Wohn-Auto. Het was geen koets en geen vrachtwagen, maar iets nieuws — een aanhangwagen die als thuis dienstdeed. Overal waar Arist ermee reed trokken mensen hun nek uit. Nieuwsgierige voorbijgangers bleven staan, en al snel kwamen er bestellingen binnen bij klanten die eigenlijk skistokken kwamen kopen.
Van hobby naar fabriek
Wat begon in een schuurtje groeide snel. In 1934 bouwde Dethleffs al zijn eerste seriematige modellen voor klanten: aerodynamisch gevormd en met de naam "Tourist". De productie verhuisde naar een eigen afdeling op het fabriekscomplex. Isny im Allgäu, dat kleine stadje in het Zwabische Allgäu, werd zo de bakermat van het kamperen in Europa.
Negen decennia later produceert Dethleffs nog altijd in diezelfde regio. De fabriek in Isny maakte in de loop der jaren honderdduizenden caravans en campers. Maar de geest van het eerste Wohn-Auto — een verlangen om samen op reis te zijn — is nooit veranderd.
Waarom dit een klassieker is
Het Dethleffs Wohn-Auto uit 1931 is het nulpunt van de caravangeschiedenis. Er waren voordien ook rijdende woonruimtes, maar dit was de eerste die als product werd doorontwikkeld en in serie gebouwd. Elke moderne caravan die vandaag de snelweg op rijdt, draagt een directe lijn terug naar de garage van Arist Dethleffs.

