Waarom alles begint bij je gemeente
Tot 2008 gold in Nederland de Wet op de openluchtrecreatie, met landelijke regels voor kampeerterreinen. Die wet is per 1 januari 2008 ingetrokken. Sindsdien bepaalt elke gemeente zelf haar kampeerbeleid, destijds vastgelegd in bestemmingsplannen en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Sinds de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 inging, staan die regels in het omgevingsplan van de gemeente. Oude bestemmingsplannen gelden daarbij voorlopig door als onderdeel van dat omgevingsplan, totdat de gemeente ze heeft omgezet.
Dat betekent concreet: er bestaat geen landelijk vast maximum aantal plekken, geen vast kampeerseizoen en geen landelijke minimumeis voor sanitair. Elke gemeente vult dit anders in. De enige manier om zekerheid te krijgen, is het omgevingsplan van jouw gemeente opvragen en de APV bekijken. Een handig startpunt daarvoor is onze pagina over APV-regels per gemeente. Wil je eerst zien hoe andere kleine campings het doen, kijk dan in ons overzicht van minicampings.
Hoeveel plekken mag je hebben, en in welk seizoen?
Veel gemeenten hanteren in hun omgevingsplan of APV een maximumaantal kampeerplekken voor kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf of woning, vaak in een orde van grootte van 15 tot 25 plekken. Dit is gangbare praktijk in meerdere gemeenten, geen landelijk vastgesteld getal: sommige gemeenten hanteren een ander aantal, een ander seizoen, of helemaal geen apart regime voor kleinschalig kamperen. Ga dus nooit uit van een aantal dat je ergens hebt gelezen, ook niet in dit artikel, en vraag het exacte aantal en seizoen na bij je eigen gemeente.
Ook het toegestane seizoen (bijvoorbeeld 15 maart tot 31 oktober, of het hele jaar) verschilt per gemeente en staat in het omgevingsplan of de APV. Vraag ook na of er een aparte regeling geldt voor "kamperen bij de boer" naast de reguliere camping-bestemming, want gemeenten maken dat onderscheid vaak wel.
Vergunning of melding: wanneer heb je die nodig?
Past je plan binnen het omgevingsplan (bijvoorbeeld omdat kleinschalig kamperen daar als nevenactiviteit is toegestaan), dan kan een melding voldoende zijn. Wijkt je plan af van het omgevingsplan, bijvoorbeeld meer plekken dan toegestaan of een langer seizoen, dan heb je een omgevingsvergunning nodig voor een afwijkactiviteit. Welke route voor jou geldt, hangt volledig af van je eigen situatie en het omgevingsplan van je gemeente. Neem hierover altijd eerst contact op met het omgevingsloket van je gemeente, het liefst voordat je grond hebt ingericht of gasten hebt geboekt.
Brandveiligheid: check of je een gebruiksmelding moet doen
Voor de brandveiligheid van een kampeerterrein geldt landelijk het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop). Verschaf je op je terrein bedrijfsmatig nachtverblijf aan meer dan 10 personen, dan moet je dat met een gebruiksmelding bij je gemeente melden, ten minste vier weken voordat je begint (artikel 2.1 en 2.2 Bgbop). Het Bgbop stelt ook eisen aan de indeling van je terrein. Zo mogen in één brandcompartiment ten hoogste vier standplaatsen voor kampeermiddelen liggen, met samen ten hoogste 1.000 m² (artikel 3.23 Bgbop). Heb je daarnaast gebouwen op je terrein, zoals een sanitairgebouw of een kantine, dan kan daarvoor een aparte gebruiksmelding op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nodig zijn. Vraag bij je gemeente na welke meldingen voor jouw situatie gelden en welke voorzieningen worden verwacht, zoals blusmiddelen, vluchtroutes en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Bewaar het antwoord van de gemeente, dat scheelt discussie achteraf.
Nachtregister: verplicht, ook als kleine camping
Als camping-exploitant ben je wettelijk verplicht een nachtregister bij te houden van al je overnachtende gasten, geregeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht. Dat geldt voor elke omvang camping, dus ook een minicamping met een paar plekken. Wat er precies in moet staan en hoe je het praktisch inricht, lees je in onze uitgebreide gids over het nachtregister. Een gratis manier om dit bij te houden zonder gasten zelf een papieren kaart te laten invullen, is Campingreceptie, een gratis digitale receptie waar gasten zelf inchecken voor het nachtregister; dat is een initiatief van dezelfde makers als KampeerHub.
Toeristenbelasting: gemeentelijke belasting, geen vast tarief
Gemeenten mogen op grond van artikel 224 van de Gemeentewet toeristenbelasting heffen bij overnachtende gasten die niet in de gemeente staan ingeschreven. Niet elke gemeente doet dit, en waar het wel gebeurt, bepaalt de gemeenteraad zelf het tarief, de heffingsmaatstaf (bijvoorbeeld per persoon per nacht, of een percentage van de overnachtingsprijs) en eventuele vrijstellingen in een eigen verordening. Er bestaat dus geen landelijk tarief. Vraag de actuele verordening toeristenbelasting op bij je gemeente en reken uit of je dit apart aan gasten doorberekent of in je overnachtingsprijs verwerkt; maak dat sowieso duidelijk naar je gasten. Een gratis rekenhulp om dit per boeking uit te rekenen vind je op campingreceptie.nl/toeristenbelasting-berekenen.
Legionella: je camping is een prioritaire installatie
Een camping met sanitair valt onder het Drinkwaterbesluit als "prioritaire installatie": een locatie waar bij besmetting met legionellabacteriën in het leidingwater een verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat, omdat gasten er verblijven en douchen. Dat betekent een verplichte risicoanalyse door een BRL 6010-gecertificeerd bedrijf, bij risico ook een beheersplan van zo’n bedrijf, een logboek en periodiek wateronderzoek. Dit vraagt specifieke kennis en gaat verder dan dit artikel; lees onze aparte gids over legionella op de camping voor de vervolgstappen. Zie ook onze gids over veilig drinkwater op de camping.
Verzekering: aansprakelijkheid en opstal
Zodra je gasten op je terrein ontvangt, loop je een ander risico dan als particulier: denk aan een gast die uitglijdt bij het sanitair, schade aan een aanhanger door een tak, of brand in een verhuurd toilet- of douchegebouw. Een gewone particuliere aansprakelijkheidsverzekering dekt dit meestal niet. Vraag bij je verzekeraar of tussenpersoon expliciet naar een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een opstalverzekering die is afgestemd op verhuur van kampeerplekken, en meld je activiteit ook bij je bestaande verzekeraar (bijvoorbeeld je opstalverzekering voor de boerderij), want een niet-gemelde nevenactiviteit kan een dekking ongeldig maken. Concrete premies of dekkingsvoorwaarden noemen we hier bewust niet, dat verschilt te veel per verzekeraar en situatie.
Sanitair: eisen komen van je gemeente
Er bestaat geen landelijk voorgeschreven minimumaantal toiletten of douches per kampeerplek. Eisen aan sanitair (aantal, hygiëne, legionellabeheer, eventueel scheiding tussen mannen en vrouwen) komen voort uit het omgevingsplan of de vergunning/melding van je gemeente, en soms uit de eisen van een keurmerk of brancheorganisatie als je je daarbij aansluit. Vraag bij je gemeente na welke eisen gelden voordat je een sanitairgebouw laat bouwen of verbouwen, dat voorkomt dure aanpassingen achteraf.
Inschrijven bij de KvK
Zodra je structureel en tegen betaling gasten ontvangt, oefen je in de regel een onderneming uit en moet je je inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Of dit ook geldt als je maar een paar plekken hebt en er weinig aan overhoudt, hangt af van de omvang en het structurele karakter van de activiteit. Check de actuele criteria en doe zo nodig de inschrijving via kvk.nl. Een inschrijving heeft ook gevolgen voor belastingaangifte (btw en inkomstenbelasting), dus stem dit ook af met je boekhouder of de Belastingdienst.
Lidmaatschap van SVR of Vekabo: optioneel
Een aansluiting bij een organisatie zoals Stichting Vrije Recreatie (SVR) of Vekabo, de Vereniging Kampeerboeren (naar gasten toe tegenwoordig "In het Groen"), is niet wettelijk verplicht. Beide richten zich op kleinschalige campings en campings bij de boer, en bieden onder meer belangenbehartiging, advies en promotie van aangesloten terreinen. Wat een lidmaatschap precies inhoudt en kost, verschilt en verandert. Kijk voor actuele informatie op de websites van SVR en In het Groen en bepaal zelf of dat past bij hoe je je camping wilt promoten.
Je prijs bepalen
Er is geen vaste formule voor wat een overnachting op een minicamping mag kosten. Een praktische aanpak: kijk bij drie tot vijf vergelijkbare campings in je omgeving (vergelijkbare grootte, voorzieningen en ligging) naar hun prijs per nacht, en reken zelf uit wat een plek je kost aan gas, water, elektra, onderhoud en je eigen tijd. Beslis daarna bewust of je de toeristenbelasting apart op de rekening zet of in je overnachtingsprijs verwerkt, en communiceer dat helder naar gasten voordat ze boeken, bijvoorbeeld op je website en in je bevestigingsmail. Onduidelijkheid hierover is een veelgehoorde ergernis bij gasten.
Kort samengevat
- Sinds 2008 bepaalt je gemeente het kampeerbeleid, sinds de Omgevingswet (2024) vastgelegd in het omgevingsplan; er is geen landelijk vast maximumaantal plekken of seizoen.
- Check bij je gemeente: past je plan binnen het omgevingsplan (melding) of wijk je ervan af (omgevingsvergunning)?
- Doe een gebruiksmelding brandveiligheid bij je gemeente als je aan meer dan 10 personen nachtverblijf verschaft (Bgbop), en vraag na welke voorzieningen worden verwacht.
- Een nachtregister (art. 438 Sr) en, als je gemeente toeristenbelasting heft, een correcte afdracht daarvan zijn verplicht, ongeacht de grootte van je camping.
- Je camping is een prioritaire installatie voor legionella: risicoanalyse en beheersplan door een gecertificeerd bedrijf zijn verplicht.
- Regel een passende aansprakelijkheids- en opstalverzekering, schrijf je zo nodig in bij de KvK, en bepaal je prijs op basis van vergelijkbare campings in de buurt en je eigen kosten.


