Gemeente Tiel

Mag ik in Tiel met mijn camper of caravan staan en slapen?

Parkeren max. 3 dagen, overnachten buiten een kampeerterrein verboden. Hieronder staat het letterlijke artikel uit de APV, zodat je zelf kunt lezen wat er precies staat.

Let op — geen juridisch advies, geen garantie

Wij tonen de tekst van de APV zoals die op het moment van ophalen in het landelijke register (CVDR, overheid.nl) stond. Gemeenten wijzigen hun regels, artikelen kunnen vervallen, en of je beboet wordt hangt af van de exacte plek, borden ter plaatse, aanwijzingsbesluiten en het oordeel van de handhaver. Controleer daarom altijd de officiële bron en de situatie ter plekke voordat je ergens blijft staan of slapen.

KampeerHub is niet aansprakelijk voor boetes, wegsleepkosten of andere schade die voortvloeit uit het gebruik van deze pagina's. Gebruik is op eigen verantwoordelijkheid. Twijfel je? Bel de gemeente — dat kost één telefoontje en is goedkoper dan een bekeuring.

Parkeren op de weg max. 3 aaneengesloten dagen
Overnachten buiten een kampeerterrein verboden volgens de APV
Goed om te weten Het college kan ontheffing verlenen — vragen kan dus lonen.

Wat er letterlijk in de APV staat

Uit Algemene Plaatselijke Verordening Tiel 2025, in werking sinds 1 januari 2025. 18 dagen geleden opgehaald.

Artikel 4:17 — Definities

ArtikelIn deze afdeling wordt verstaan onder kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. visser: een persoon die niet bedrijfsmatig vist.

Artikel 4:18 — Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

Artikel 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet: voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. voor het plaatsen van kampeermiddelen door een visser, mits deze niet langer dan gedurende twee opeenvolgende nachten worden geplaatst en die plaatsing voor de omgeving geen hinder of overlast veroorzaakt. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: de bescherming van natuur en landschap; of de bescherming van een stadsgezicht.

Artikel 4:19 — Aanwijzing kampeerplaatsen

Artikel 1.Het verbod van artikel 4:18, eerste lid, is gedurende maximaal twee opeenvolgende nachten niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2.Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid.

Artikel 5:6 — Kampeermiddelen en andere voertuigen

Artikel 1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte; op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4.Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8 — Grote voertuigen

Artikel 1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren: op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. op de weg bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4.Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5.Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6.Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 6:1 — Sanctiebepaling

Artikel 1.Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de hieronder vermelde artikelen en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden) artikel 2:6 (beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen) artikel 2:9 (vertoningen op openbare plaatsen) artikel 2:10 (voorwerpen op, aan of boven de weg) artikel 2:11 ((omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) artikel 2:12 (maken, veranderen van een uitweg) artikel 2:15 (hinderlijke beplanting of voorwerp) artikel 2:16 (openen straatkolken e.d.) artikel 2:21 (voorziening voor verkeer en verlichting) artikel 2:25 (evenementenvergunning) artikel 2:25e (eindtijden) artikel 2:26 (openbare orde en veiligheid) artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting) artikel 2:29 (sluitingstijd) artikel 2:30 (afwijkende sluitingstijd; tijdelijke sluiting) artikel 2:30a (aanwezigheid van exploitant en leidinggevende) artikel 2:30b (terrasvergunningen) artikel 2:30c (beëindiging exploitatie) artikel 2:30d (wijziging leidinggevende) artikel 2:31 (verboden gedragingen) artikel 2:34b (schenktijden inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen) artikel 2:34c (afwijkende schenktijden in bijzondere gevallen) artikel 2:34d (privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden) artikel 2:34e (verbod ‘happy hours’) artikel 2:36 (kennisgeving exploitatie) artikel 2:37 (nachtregister) artikel 2:38 (verschaffing gegevens nachtregister) artikel 2:39 (speelgelegenheden) artikel 2:40 (kansspelautomaten) artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal) artikel 2:42 (plakken en kladden) artikel 2:43 (vervoer plakgereedschap e.d.) artikel 2:44 (vervoer inbrekerswerktuigen) artikel 2:45 (vervoer geprepareerde voorwerpen) artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen) artikel 2:48 (verboden drankgebruik) artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen) artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten) artikel 2:50a (messen en andere voorwerpen als steekwapen) artikel 2:51 (neerzetten van fietsen of bromfietsen) artikel 2:52 (overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d.) artikel 2:57 (loslopende honden) artikel 2:58 (verontreiniging door honden) artikel 2:59 (gevaarlijke honden) artikel 2:60 (houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren) artikel 2:65 (bedelarij) artikel 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling) artikel 2:73a (carbidschieten) artikel 2:74 (drugshandel op straat) artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik) artikel 2:78 (verblijfsontzeggingen) artikel 2:80 (sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf) artikel 3:3 (nadere regels) artikel 3:4 (vergunning) artikel 3:9 (eisen met betrekking tot vergunning) artikel 3:11 (melding gewijzigde omstandigheden) artikel 3:12 (sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang) artikel 3:13 (adverteren) artikel 3:14 (leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf) artikel 3:15 (bedrijfsplan) artikel 3:16 (verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf) artikel 3:17 (raamprostitutie) artikel 3:18 (straatprostitutie) artikel 3:19 (handhaving straatprostitutie) artikel 3:20 (verbodsbepalingen klanten artikel 3:21 (Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke) artikel 3:22 (sekswinkels) artikel 4:6 (overige geluidhinder) artikel 4:8 (natuurlijke behoefte doen) artikel 4:6b (het in werking hebben van knalapparaten ter verjaging van schadelijk gevogelte) artikel 4:6c (het in werking hebben of het gebruiken van overige middelen ter verjaging van schadelijk gevogelte, anders dan bedoeld in artikel 4:6b) artikel 4:18 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen) artikel 5:2 (parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.) artikel 5:4 (defecte voertuigen) artikel 5:5 (voertuigwrakken) artikel 5:6 (kampeermiddelen e.a.) artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen) artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen) artikel 5:11 (aantasting groenvoorziening door voertuigen) artikel 5:12 (overlast van fiets of bromfiets) artikel 5:13 (inzameling van geld of goederen) artikel 5:18 (standplaatsen) artikel 5:23 (organiseren van een snuffelmarkt) artikel 5:25 (ligplaats woonschepen en overige vaartuigen) artikel 5:26 (aanwijzingen ligplaats) artikel 5:27 (verbod innemen ligplaats) artikel 5:29 (overlast aan vaartuigen) artikel 5:30 (veiligheid op het water) artikel 5:32 (crossterreinen) artikel 5:33 (beperking verkeer in natuurgebieden) artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken) artikel 5:36 (verboden plaatsen) artikel 5:37 (hinder of overlast) 2.Overtreding van het bepaalde in de artikelen 2:67 en 2:68 wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 437 en 437ter van het Wetboek van Strafrecht. 3.In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, 4:9, 4:10, 4:10a, 4:11, tweede lid en 4:12. 4.In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Bekijk de volledige APV van Tiel op overheid.nl

Bronverwijzing: CVDR732841_1 in het CVDR-register. Wijkt de tekst daar af van wat je hier ziet, dan is de officiële bron leidend — laat het ons weten via contact, dan passen we het aan.

Liever gewoon ergens staan waar het zeker mag? Bekijk de camperplaatsen en campings in de buurt.