Gemeente Asten

Mag ik in Asten met mijn camper of caravan staan en slapen?

Parkeren max. 3 dagen, overnachten buiten een kampeerterrein verboden. Hieronder staat het letterlijke artikel uit de APV, zodat je zelf kunt lezen wat er precies staat.

Let op — geen juridisch advies, geen garantie

Wij tonen de tekst van de APV zoals die op het moment van ophalen in het landelijke register (CVDR, overheid.nl) stond. Gemeenten wijzigen hun regels, artikelen kunnen vervallen, en of je beboet wordt hangt af van de exacte plek, borden ter plaatse, aanwijzingsbesluiten en het oordeel van de handhaver. Controleer daarom altijd de officiële bron en de situatie ter plekke voordat je ergens blijft staan of slapen.

KampeerHub is niet aansprakelijk voor boetes, wegsleepkosten of andere schade die voortvloeit uit het gebruik van deze pagina's. Gebruik is op eigen verantwoordelijkheid. Twijfel je? Bel de gemeente — dat kost één telefoontje en is goedkoper dan een bekeuring.

Parkeren op de weg max. 3 aaneengesloten dagen
Overnachten buiten een kampeerterrein verboden volgens de APV
Goed om te weten Het college kan ontheffing verlenen — vragen kan dus lonen.

Wat er letterlijk in de APV staat

Uit Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (APV), in werking sinds 1 januari 2024. 18 dagen geleden opgehaald.

Artikel 2:38a — Definities

ArtikelIn deze afdeling wordt verstaan onder: camping of recreatiepark: (kampeer-)terrein waarvan het gebruik ten behoeve van het verschaffen van tijdelijk recreatief nachtverblijf planologisch is toegestaan; exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:38b; beheerder/leidinggevende: de natuurlijke of rechtspersoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen. Recreatieverblijfplaats: kampeerplaats; kampeervak, kampeerunit, (sta-)caravan, chalet en vergelijkbare accommodaties ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:13 — Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwproducten e.d.

Artikel 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 4:17 — Definitie

ArtikelIn deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18 — Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

Artikel 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van maximaal 2 kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein, mits het terrein niet is gelegen in bos- en natuurgebied. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: a. de bescherming van natuur en landschap b. de bescherming van een stadsgezicht 5.Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:19 — Aanwijzing kampeerplaatsen

Artikel 1.Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2.Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18 vierde lid.

Artikel 5:6 — Kampeermiddelen e.a.

Artikel 1.Het is verboden een voertuig dat voor de recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4.Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:8 — Parkeren van grote voertuigen

Artikel 1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4.Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5.Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Bekijk de volledige APV van Asten op overheid.nl

Bronverwijzing: CVDR455611_6 in het CVDR-register. Wijkt de tekst daar af van wat je hier ziet, dan is de officiële bron leidend — laat het ons weten via contact, dan passen we het aan.

Liever gewoon ergens staan waar het zeker mag? Bekijk de camperplaatsen en campings in de buurt.