Wat is een tarp en waarom gebruiken boven een tent

Een tarp is een groot stuk waterafstotend of waterdicht doek met bevestigingspunten aan de randen en hoeken. Je kunt hem als dakje boven je tent hangen, maar ook als windscherm, beschutting voor de keukenhoek of als droge doorgang tussen tent en voertuig. Boven een tent gespannen heeft hij drie voordelen: de tent zelf slijt minder snel (minder UV-schade en mechanische belasting van regen), je hebt een overdekte buitenruimte waar je droog kunt zitten, en bij kortdurende regenbuien kun je de tentopening openlaten voor ventilatie zonder dat er water naar binnen waait.

Een tarp is geen vervanging voor een goede tent. Als je tent een fatsoenlijk buitendoek heeft, dan is een tarp een extra laag comfort, geen reddingsmiddel. Maar als je op een festival staat of meerdere nachten op een nat kampeerterrein doorbrengt, merk je algauw hoe groot het verschil is.

Welk materiaal kies je

Tarps zijn verkrijgbaar in drie hoofdmaterialen. Ze verschillen in gewicht, duurzaamheid, waterbestendigheid en prijs.

Polyester met PU-coating

De meest verkochte tarp voor campinggebruik is van polyester met een polyurethaan (PU) coating. Polyester is betaalbaar, droogt snel en rekt weinig uit. De PU-coating zorgt voor de waterdichtheid. Een polyester tarp van 3 x 3 meter weegt doorgaans tussen de 600 en 1200 gram, afhankelijk van de weefseldikte (uitgedrukt in denier, afgekort D) en de kwaliteit van de coating.

⚠️ Waterkolom: voor kampeergebruik is een waterkolom van minimaal 2000 mm gangbaar aangeraden; bij aanhoudende regen of meerdaags gebruik kies je liefst 3000 mm of meer. Hoe hoger de waterkolom, hoe betrouwbaarder de bescherming over de lange termijn. De waterkolom staat op het productetiket of in de specificaties.

Nylon met siliconen-coating (silnylon)

Silnylon is nylon dat aan een of beide zijden is geimpregneerd met siliconen. Het materiaal is lichter dan polyester bij gelijke sterkte, en de siliconencoating biedt goede scheurweerstand. Silnylon tarps zijn populair bij backpackers en ultralight-kampeerders. Nadeel: nylon rekt uit als het nat wordt en droog staat het strak, waardoor een silnylon tarp onder invloed van vochtwisselingen zijn spanning kan verliezen en opnieuw afgesteld moet worden.

Polycotton en katoen

Polycotton (65% polyester, 35% katoen) en puur katoenen tarps zijn zwaarder maar ademen beter en zijn aangenamer bij warmte. Ze worden vaker gebruikt als luifel bij een caravankamp dan als lichtgewicht dakje boven een tent. Bij regen zuigt katoen vocht op totdat de vezels opzwellen en het weefsel van nature water tegenhoudt, maar het droogproces duurt lang. Voor meerdaagse tochten in wisselvallig weer is dit materiaal minder praktisch.

Welke maat tarp heb je nodig

De tarp moet groter zijn dan je tent. Als vuistregel geldt: de tarp moet aan alle kanten minimaal 30 tot 50 centimeter verder reiken dan het buitendoek van je tent, zodat ook bij schuine regen het tentdoek droog blijft. Hoe schever de regen, hoe meer overhang je nodig hebt.

  • Kleine eenpersoonskopijntent (ca. 220 x 120 cm): een tarp van 3 x 3 m is voldoende.
  • Tweepersonstent (ca. 250 x 200 cm): kies een tarp van minimaal 3 x 3 m, bij voorkeur 3 x 4 m of groter voor ook een zithoek erbuiten.
  • Gezinstent (4 x 4 m of groter): een tarp van 4 x 5 m of 5 x 5 m biedt pas echt een droge buitenruimte.
  • Houd er rekening mee dat de tarp schuin gespannen wordt: de effectieve dekking is kleiner dan de oppervlakte op papier.

Materiaal dat je nodig hebt

Behalve de tarp zelf heb je het volgende nodig:

  • Schriklijnen of scheerlijnen: paracord (3 of 4 mm) of statisch reepsnoer van 3 mm. Zorg voor minimaal zes lijnen van elk 2 tot 4 meter, plus een langsline van 6 tot 8 meter als je een nok wilt spannen.
  • Haringen: dezelfde haringen als voor je tent werken ook voor de tarp. Voor zand zijn brede zandharingen of schroefharingen beter; op harde grond zijn V-profielharingen of Y-haringen van staal of aluminium afdoende.
  • Trekkingstokken of tentpalen: als je geen bomen hebt, kun je trekkingstokken of afzonderlijke tarpstokken als steunpunt gebruiken. Stel ze in op een hoogte van 150 tot 180 cm voor de nokzijde.
  • Touwspanners (spanners of knijpers): kleine aluminium of kunststof schuifjes die je over een scheerlijntje kunt schuiven voor snelle spanningscorrectie.
  • Optioneel: een extra lang hoofdtouw van 8 tot 10 meter om tussen twee bomen te spannen als ruggengraat voor de tarp.

De vier meest gebruikte opstellingen

1. A-frame (zadeldak)

De A-frame opstelling is de meest stabiele vorm voor bescherming boven een tent. Je spant een nok-lijn strak tussen twee bomen op een hoogte van ongeveer 180 tot 220 cm boven de grond, gooit de tarp er met het midden overheen, en trekt de vier hoeken diagonaal omlaag naar haringen in de grond. Het resultaat is een zadeldak met twee hellende vlakken. Regen loopt aan beide kanten af; wind heeft weinig grip omdat de constructie aerodynamisch is. Dit is de aanbevolen opstelling als het langdurig regent of waait.

2. Lean-to (lessenaarsdak)

Bij een lean-to span je een zijde van de tarp hoog en de tegenoverliggende zijde laag. Het doek vormt een schuin vlak, als een afdak. Dit geeft bescherming aan een kant en laat aan de andere kant lucht door. Handig bij droge maar warme omstandigheden, of als windscherm aan de luwteloze kant. Minder geschikt bij regen uit meerdere richtingen, want de open zijde vangt het water.

3. Driezijdige luifeltent

Je spant de voorkant hoog (als ingang) en laat de zijkanten en achterkant lager hangen tot bijna op de grond. Zo creeer je een kleine beschutte ruimte die van drie kanten dicht is. Goed als tijdelijk kookabri of als extra beschutting op een heel open kampeerterrein. Je tent zet je dan vlak ervoor of ernaast.

4. Diamant

Bij de diamant-opstelling hang je de tarp op een punt (hoek boven) in plaats van op de lengteas. Je hebt maar twee directe bevestigingspunten nodig voor de nok-hoek en de onderste hoek; de zijhoeken trek je zijwaarts uit naar haringen. Compact, snel op te zetten, maar minder stabiel bij harde wind en kleiner effectief dek dan de A-frame. Handig als je weinig tijd of weinig materiaal hebt.

Stap voor stap: A-frame boven je tent spannen

  1. Kies je locatie en positie de tent eerst. Zet de tent op de gewenste plek en bepaal dan de hoeken voor de tarp.
  2. Span een nok-lijn tussen twee bomen. Gebruik een mastworp om het touw strak om de stam te binden op een hoogte van 180 tot 220 cm. Het touw moet strak staan zonder door te hangen. Controleer of het midden van het touw boven het middelpunt van je tent hangt.
  3. Gooi de tarp over de nok-lijn. Zorg dat de tarp gelijkmatig verdeeld is: even ver naar voren als naar achteren.
  4. Span de eerste hoek. Bevestig een scheerlijn aan een hoek van de tarp, trek diagonaal omlaag en sla een haring schuin de grond in (circa 45 graden, van de tent af). Gebruik een adelborstknoop zodat je de spanning later nog kunt bijstellen.
  5. Span de tegenoverliggende hoek. Trek de tarp strak en bevestig ook die hoek met een haring. De tarp moet nu al redelijk strak staan.
  6. Bevestig de twee resterende hoeken. Trek de tarp strak aan alle vier hoeken; zorg dat het doek geen holtes of slappe plekken heeft waar regenwater zich kan ophopen.
  7. Controleer de helling. Kijk van opzij: beide dakhelvten moeten gelijkmatig aflopen. Als een kant hoger hangt dan de andere, zakt regenwater naar het laagste punt en blijft het staan. Pas de spanning aan tot het doek symmetrisch hangt.
  8. Stel de ruimte bij. Zorg dat er minimaal 30 cm vrije ruimte zit tussen de onderkant van de tarp en het buitendoek van de tent. Als de tarp het tentdoek raakt, geleidt hij water direct door naar de tent.
⚠️ Raak de tarp nooit aan als het regent terwijl hij gespannen staat. Water geleidt bij aanraking langs de stof naar beneden; dat geldt ook voor tentdoeken. Zorg ook dat de binnentent en de buitentarp elkaar nergens raken.

Wind: de windzijde laag houden

Bij wind is de vuistregel eenvoudig: de zijde die het meest aan de wind is blootgesteld, moet laag hangen. Hoe lager de windzijde, hoe minder het doek als zeil werkt. Bij een A-frame draai je de korte nokzijde naar de wind toe, zodat de tarp als een wig de wind snijdt. Bij een lean-to zorg je dat de hoge zijde de luwte in staat en de lage zijde de wind opvangt.

Bij windkracht 5 of hoger (frisse wind, circa 29 tot 38 km per uur) is het verstandig om de hoeken extra te verankeren met een tweede haring en de scheerlijnen strakker te zetten. Bij windkracht 7 (harde wind, circa 50 tot 61 km per uur) en hoger kun je een tarp beter helemaal inhalen of zo laag mogelijk spannen dat hij weinig wind vangt. Fabrikanten geven doorgaans geen garantie bij storm-gerelateerde schade.

Knopen die je moet kennen

Je hebt maar drie knopen nodig om een tarp goed te spannen. Leer ze van tevoren thuis, niet voor het eerst in het donker in de regen.

  • Mastworp (clove hitch): de eenvoudigste manier om een touw strak om een boom of paal te binden. Twee halve slagen in dezelfde richting. Snel vast, snel los, ook onder spanning.
  • Adelborstknoop (taut-line hitch): een glijdende knoop om de spanning in een scheerlijn in te stellen zonder hem los te hoeven maken. Schuif de knoop naar voren of achteren om de spanning te vergroten of verkleinen. Ideaal voor scheerlijnen die je onderweg wil bijstellen.
  • Prusikknoop: een wrijvingsknoop om een dunnere lijn aan een dikkere nok-lijn te koppelen. Handig als je de tarp op meerdere punten aan een gespannen nok-touw wilt ophangen in plaats van hem er los overheen te gooien.

Waterafvoer: voorkom een waterzak

Het meest gemaakte fout bij het spannen van een tarp is dat het doek in het midden doorhangt en een kom vormt. Die kom vult zich snel met regenwater, dat soms tientallen liters weegt, totdat het de bevestigingspunten te zwaar wordt en scheurt of losschiet. Voorkom dit door:

  • Altijd een duidelijke helling te creer'en: geen enkel punt van de tarp mag het laagste punt zijn tenzij daar een goede afvoer is.
  • De nok-lijn echt strak te spannen zodat de tarp niet in het midden doorhangt.
  • De hoeken gelijkmatig te trekken: als een hoek los is, hangt de gehele dichtstbijzijnde zijde door.
  • Bij langdurige regen regelmatig te controleren of er geen waterpoel op het doek staat.

Campings en plekken zonder bomen

Op de meeste campings in Nederland staan de plekken op open grasvelden zonder geschikte bomen. Je hebt dan alternatieven nodig:

  • Trekkingstokken of tarpstokken: stel ze in op de gewenste hoogte en gebruik ze als steunpunten voor de nok-lijn of de hoge zijkanten. Zet ze zelf ook vast met extra haringen als schoren, anders wippen ze bij wind om.
  • Tentpalen van je eigen tent: sommige buitententen hebben vrijstaande buitenpalen die je ook als steunpunt kunt gebruiken voor een lean-to aan de zijkant.
  • Auto of camper: je kunt een scheerlijn bevestigen aan een dakrailhaak of treeplanksteun als het terrein het toelaat. Controleer of de camping dit toestaat.
  • Speciale free-standing tarp-frames: losse stokconstructies van aluminium of koolstof die zonder bomen een A-frame vormen. Duurder maar erg handig op open campings.

Onderhoud en opbergen

Een tarp gaat jaren mee als je hem na gebruik droog opbergt. Vouw hem nooit nat op als je hem daarna voor langere tijd wilt opslaan; schimmel en rot tasten de coating aan. Gooi de tarp na een regenachtig uitstapje los over een hek of was-lijn en laat hem volledig drogen voordat hij de tas in gaat.

Controleer jaarlijks de naad-tape aan de naden (als aanwezig) en de lussen op de hoeken en randpunten. Trek aan de lussen: voelt de stof er los omheen, dan is het tijd voor een reparatiepleister of naad-sealer. Herimpregner de tarp wanneer water niet meer in druppels afparels maar in plassen op het doek blijft staan. Hoe vaak dat nodig is, hangt af van gebruik en omstandigheden — bij intensief gebruik kan dat al na één seizoen zijn, bij zorgvuldig gebruik eens per twee à drie seizoenen. Volg de aanbeveling van de fabrikant van de DWR-spray.

Veelgemaakte fouten op een rij

  • Tarp te klein gekozen: de tent steekt aan de zijkanten onder de tarp uit en loopt bij schuinse regen alsnog nat.
  • Nok-lijn te slap gespannen: de tarp hangt door in het midden en vormt een waterzak.
  • Tarp raakt tentdoek: water geleidt langs het raakpunt direct het tentdoek in.
  • Windzijde te hoog: de tarp fungeert als zeil en trekt haringen los of knakt stokken.
  • Scheerlijnen op gelijke hoogte: regen heeft geen uitlooprichting en verzamelt zich op het doek.
  • Natte tarp opbergen: coating en naden raken beschadigd door schimmel.
⚠️ Oefen de opstelling thuis in de tuin voordat je op pad gaat. Knopen leren, de juiste spanningsvolgorde ontdekken en de maat van je tarp in verhouding tot je tent beoordelen gaat veel sneller op een droge zomermiddag dan in het donker op een nat kampeerterrein.