De campingaansluiting: wat kun je verwachten?
Vrijwel alle campings in Nederland en groot deel van Europa bieden elektriciteitsaansluitingen aan per standplaats. Op een paal (of kolom) naast je plek zit een stopcontact, en via een kabel maak je verbinding. Simpel — maar het vermogen dat je mag gebruiken verschilt per camping en per abonnement.
Hoeveel ampere?
Campings werken in Europa standaard op 230 volt wisselspanning. Het verschil zit in het maximale stroomverbruik per aansluiting, uitgedrukt in ampere (A). Gangbare opties: [FC-1]
- 4A — op oudere of eenvoudigere campings, of als basisoptie bij beperkt pakket.
- 6A — lange tijd de standaard op veel Nederlandse en Europese campings.
- 10A — steeds gebruikelijker, biedt al flink wat comfort.
- 16A — vergelijkbaar met een normaal stopcontact thuis; beschikbaar op modernere campings of als betaalde upgrade.
Welk vermogen je krijgt staat in de campinginformatie vermeld. Check dit van tevoren, zeker als je apparaten met een hoog vermogen wilt gebruiken.
Hoeveel watt is dat? De berekening
Om te weten hoeveel watt je maximaal mag gebruiken, gebruik je een simpele formule: [FC-2]
Voor de vier gangbare ampere-opties geeft dat de volgende maximale vermogens: [FC-3]
- 4A x 230V = 920 watt maximaal.
- 6A x 230V = 1.380 watt maximaal.
- 10A x 230V = 2.300 watt maximaal.
- 16A x 230V = 3.680 watt maximaal.
Dit is het absolute plafond. Ga je er overheen, dan slaat de zekering op de campingpaal door. Je zit dan zonder stroom en moet naar de receptie voor een reset — niet ideaal midden in het koken.
Wat kun je draaien op welke aansluiting?
De sleutel is om de vermogens van je apparaten bij elkaar op te tellen. Niet alle apparaten staan tegelijk aan, maar als ze dat wel doen, tel je de wattages op. Hier zijn globale richtwaarden voor veelgebruikte campingapparaten: [FC-4]
- Koelkast of compressorkoelbox: 70–150 W (compressor draait niet continu).
- LED-verlichting: 5–15 W per lamp.
- Kleine tv: 30–80 W.
- Laptop oplader: 30–100 W.
- Elektrische deken: 50–150 W.
- Koffiezetapparaat: 600–1.400 W.
- Waterkoker: 1.000–2.000 W.
- Haardroger: 1.000–2.000 W.
- Kleine airco (campingmodel): 500–1.500 W.
Rekenvoorbeeld: 6A-aansluiting (1.380 W)
Je hebt tegelijk aan: koelkast (100 W) + verlichting (20 W) + tv (50 W) + laptop (60 W) = 230 W. Prima. Zet je er een koffiezetapparaat bij (800 W)? Dan zit je op 1.030 W — nog net goed. Maar schakel je ook de waterkoker in (1.500 W)? Dan gaat de zekering eruit.
Rekenvoorbeeld: 10A-aansluiting (2.300 W)
Met 10A heb je al flink wat ruimte. Koelkast (100 W) + verlichting (20 W) + koffiezetapparaat (800 W) + kleine airco (700 W) = 1.620 W. Dat past. Zet je er een haardroger bij op vol vermogen (1.800 W)? Dan schiet je ruim over het plafond.
De CEE-stekker: de blauwe campingstekker
Een gewone Nederlandse stekker past niet op de campingpaal. Campings gebruiken in heel Europa een gestandaardiseerde stekker: de CEE-stekker (ook wel industriestekker of campingstekker genoemd). [FC-5]
De blauwe ronde stekker heeft drie pennen: fase, nul en aarde. Het ontwerp is spatwaterdicht (IP44-bescherming) en vergrendelt bij insteken — hij kan er niet zomaar uitvallen. De norm is IEC 60309 / NEN-EN 60309.
Wat heb je nodig?
- Een campingkabel met aan beide uiteinden een CEE-koppeling: aan de ene kant de stekker (die in de paal gaat), aan de andere kant het stopcontact (waar jij je apparaten op aansluit).
- Aanbevolen lengte: minimaal 20 tot 25 meter, want de paal staat niet altijd direct naast je plek.
- Kabeldikte: voor 16A-aansluitingen minimaal 2,5 mm² aderoppervlak (type H07RN-F 3G2,5). Voor lagere ampere kan 1,5 mm² volstaan, maar 2,5 mm² is ook bij lagere belasting veiliger en duurzamer. [FC-6]
Aardlekschakelaar: extra veiligheidslaag
Een aardlekschakelaar (RCD, residual current device) detecteert een lekstroom van 30 mA of meer — het signaal dat er stroom naar de aarde wegvloeit, bijvoorbeeld via een defect apparaat of een persoon die een schok krijgt. De schakelaar slaat dan razendsnel door en onderbreekt de stroomkring.
Campings die voldoen aan NEN 1010 zijn verplicht om aardlekbeveiliging op de verdeelpalen te hebben. [FC-7] Maar de praktijk varieert, zeker op oudere campings of buiten West-Europa. Sommige kampeerders nemen een losse CEE-adapter met ingebouwde aardlekschakelaar mee — een kleine investering die extra zekerheid geeft.
Aardlekschakelaar mee of niet?
- Op moderne Nederlandse campings: doorgaans al aanwezig op de paal.
- Op oudere of buitenlandse campings: verstandig om een eigen RCD-adapter mee te nemen.
- Heb je jonge kinderen mee? Dan is een eigen RCD-adapter zeker de moeite waard.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze vermijdt
- Kabel oprollen laten: rol de volledige kabel altijd af voor gebruik. Een opgerolde kabel met hoge belasting kan gevaarlijk opwarmen. [FC-8]
- Ampere niet checken: vraag voor aankomst welke aansluiting bij jouw plek hoort. Dat bepaalt wat je kunt draaien.
- Alles tegelijk aanzetten: zet apparaten met hoog vermogen niet tegelijk aan. Zet eerst de waterkoker uit voor je de haardroger insteekt.
- Verkeerde kabel meenemen: controleer of je kabel lang genoeg is en de juiste CEE-koppeling heeft.
- Kabel in de zon laten slingeren: houd kabels droog en uit plassen water. Een beschadigde kabel bij nattigheid is gevaarlijk.
Kamperen zonder stroomaansluiting
Niet elke camping biedt stroom, en niet elke kampeerder wil die afhankelijkheid. Alternatieven:
- Zonnepanelen + accu (12V of 48V-systeem): populair bij campers en trekkampeerders. Geschikt voor lage vermogens (verlichting, telefoon, koelbox, laptop).
- Powerstation / draagbare accu: kant-en-klaar, geen installatie, capaciteit beperkt maar handig voor korte trips.
- Aggregaat (generator): levert 230V maar maakt lawaai en is op veel campings niet toegestaan of alleen op vaste tijden.


